De Japanse sierkers (Prunus serrulata), in Vlaanderen Japanse kerselaar genoemd, komt van nature voor in het gebergte van West-China, in Korea, in Japan, op het eiland Izu Oshima, het eiland Honshu en in het noordwesten van het eiland Hokkaido. Er zijn zeer veel verschillende cultivars voor aanplant in tuinen, straten, parken en plantsoenen. De cultivars worden vegetatief vermeerderd op zaailingen van Prunus avium of op de eveneens vegetatief vermeerderde onderstammen Prunus avium 'Colt' of MF 12/1.

Er zijn cultivars die een 6–8 m hoge boom vormen, maar er zijn er ook die alleen een 2–5 m hoge struik vormen. De bladeren zijn ongeveer 5 à 10 cm lang en hebben een genaalde of getande bladrand en een toegespitse top. Het jonge blad is bruinrood. Later krijgt de bovenzijde een groene en de onderzijde een blauwgroene kleur.

De boom of struik bloeit in Nederland eind april en begin mei met meestal gevulde bloemen. Er zijn echter ook cultivars met enkele en halfgevulde bloemen. Er ontstaan meestal geen vruchten. De Japanse sierkers vraagt een voedselrijke grond en veel vocht.

Wanneer in Japan Prunus serrulata begint te bloeien wordt er het Hanamifeest gevierd met picknicks tussen de bomen.

Bron: Wikipedia

Door Fir0002 at the English Wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=31721

Variatie Ukon

Prunus serrulata ‘Ukon’ (sierkers ‘Ukon’, synoniem Prunus serrulata f. grandiflora) werd in 1813 beschreven in Japan. De boom werd door de Japanners ‘Ukon’ genoemd, naar het kruid kurkuma. De bloemen worden echter niet zo geel als de specerij.

Eind april, begin mei gaan de bloemen van de selectie ‘Ukon’ open. De bloesem begint groengeel en verkleurt daarna langzaam naar crèmegeel. Wanneer de bloemen bijna zijn uitgebloeid, krijgt het bloemhart een roze kleur. Tegelijkertijd met de bloei loopt het ovale, gezaagde blad bronskleurig uit. Dit vormt een mooi contrast met de gele bloesem. Cultivar ‘Ukon’ heeft een spectaculaire roodviolette herfstverkleuring. De bast van de boom is grijsbruin en glad en de twijgen zijn geelgroen en kaal, met de voor sierkersen kenmerkende lenticellen. Prunus serrulata ‘Ukon’ draagt geen vruchten.

Bron: Boomkwekerij Ebben

15. Prunus ‘Ukon’