Moerascipres

De moerascipres (Taxodium distichum) is een bladverliezende naaldboom, die van nature voorkomt in het zuidoosten van Noord-Amerika. Tegenwoordig wordt hij wel ingedeeld in de cipresfamilie (Cupressaceae). In de Benelux is hij vaak in parken en als straatboom te vinden.

De moerascipres vormt, samen met enkele andere soorten, de uitzondering op de regel dat naaldbomen hun blad (naalden) niet jaarlijks verliezen. De bekendste uitzondering wordt gevormd door de lariksen (Larix). Ook de op de moerascipres lijkende watercipres(Metasequoia glyptostroboides) verliest 's winters zijn naalden.

De moerascipres vormt (op latere leeftijd; maar niet altijd) ademwortels.

Grootte

Moerascipressen kunnen tot 45 m hoog worden. De stam wordt tot drie meter dik, bij uitzondering tot vijf meter[1].

Silhouet

Jonge bomen hebben een slanke piramidale vorm. De stam gaat met flauwe slingers omhoog. De top van de kroon is puntig tot afgerond en de takken spreiden zich horizontaal uit.

Stam en schors

Schors (Door Photo by David J. Stang - source: David Stang. First published at ZipcodeZoo.com, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=61024447)

De stam is roodbruin en spiraalsgewijs draaiend. De schors heeft de neiging af te schilferen en is vezelig. Naar beneden toe loopt de stam in een brede geplooide voet uit.

Takken

De takken zijn roodbruin, afschilferend en in de top sterk opgaand. Op oude twijgen verschijnen veel nieuwe kortloten die met elkaar zachte pluimen vormen. Deze kortloten zijn 5–10 cm lang en 1-1,8 cm breed, helgroen. Ze vallen in het najaar in hun geheel af. Aan de einden van de oude twijgen worden nieuwe twijgen gevormd die gestaag doorgroeien tot eind september.

Knoppen

De knoppen zijn zonder loep niet waarneembaar.

Naalden

Aan de langloten groeien schubvormige naalden, radiaal spiraalvormig afstaand. In de herfst kleuren de naalden eerst geel of oranje en later donkerrood of bruin.

Bloeiwijze en vrucht

Vruchten (Door CarTick op de Engelstalige Wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=10513334)

De moerascipres is eenhuizig en bloeit in het voorjaar, als het eerste groen weer verschijnt. De mannelijke geslachtsorganen zijn katvormig, hangend en 10–30 cm lang. De mannelijke geslachtsorganen verschijnen laat in de herfst. Ze worden geel en laten hun stuifmeel vrij in april. De vrouwelijke geslachtsorganen zijn 2 mm lange kleine groene kegeltjes, die aan de voet van de trossen met mannelijke geslachtsorganen zitten. De kegels zijn zittend, ovaal-rond, 2–3 cm lang, wratachtig, aanvankelijk groen, later bruin. De kegels zijn vooral in de winter goed te zien omdat ze dan niet tussen het loof verscholen zitten. De houtige schubben van de kegels sluiten goed tegen elkaar aan. Tussen de schubben zitten de zaden. Ze vallen bij rijping uiteen. De zaadjes zijn 5–6 mm groot, lichtbruin.

Ademwortels

Ademwortels van de moerascypres (Door Liné1 - Personal picture taken with my IXUS 800 IS, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1978984)

Moerascipressen kunnen ademwortels (pneumatoforen) maken. Rondom de boom verschijnen holle houten stompen, die 1,5–2 m hoog kunnen worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze wortels de boom (die vaak met z'n voeten in het water staat) van lucht voorzien. In Nederlandse en Belgische parken zien we deze 'knietjes' meestal niet. Wel kan men vaak voelen dat de grond rond de boom zeer hard is: een stevige houten vloer van wortels.

Het wortelgestel is uitstekend ontwikkeld, waardoor ze zelfs in de modderigste grond niet omwaaien.

Voorkomen

Voor de ijstijd, met name in het Plioceen, kwamen moerascipressen op het hele noordelijk halfrond voor, ook in België en Nederland. Van nature komen moerascipressen nu alleen nog voor in subtropische moerassen en rivieroevers in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Ze kunnen daar heel oud worden, soms wel duizend jaar. Deze oude bomen hebben brede, onregelmatige kronen.

Bron Wikipedia

40. Taxodium distichum ‘Nutans’ (geveerd)